nieuws

Het studiekostenbeding: mag dat straks niet meer?

09 juni 2021

Uiterlijk 1 augustus 2022 moet Nederland de Europese richtlijn ‘transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden' (hierna: “de richtlijn”) hebben geïmplementeerd. De richtlijn voorziet in een verbeterde informatieplicht vanuit de werkgever en nieuwe minimumrechten voor de werknemer. Een belangrijk gevolg van de richtlijn is een aanpassing van de huidige scholingsplicht. Lees in deze blog de gevolgen van de aanpassing van de scholingsplicht op het studiekostenbeding.

De huidige scholingsplicht

Sinds 2015 bestaat er een scholingsplicht voor de werkgever. Dit betekent dat de werkgever de werknemer in staat moet stellen om scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn/haar functie. Ook geldt deze verplichting als de functie van de werknemer komt te vervallen of wanneer de werknemer niet langer in staat is deze te vervullen. Beroepsopleidingen en opleidingen ter behoud van de beroepskwalificatie zijn hiervan uitgesloten.

In beginsel betaalt de werkgever de kosten van de scholing. De huidige scholingsplicht laat het overeenkomen van een studiekostenbeding echter onverlet. 

Het studiekostenbeding

Omdat de werkgever de verkregen kennis van de werknemer nog enige tijd wil vasthouden, wordt er in een arbeidsovereenkomst vaak een studiekostenbeding opgenomen. Een studiekostenbeding brengt mee dat als de werknemer binnen een bepaalde tijd na het afronden van de scholing uit dienst treedt, hij/zij (een deel van) de kosten van de scholing moet terugbetalen aan de werkgever. Enkele voorwaarden zijn verbonden aan een rechtsgeldig studiekostenbeding:

  • De afspraak moet schriftelijk zijn vastgelegd;
  • De afspraken moeten helder zijn;
  • De verplichting om de studiekosten terug te betalen moeten zijn beperkt tot een bepaalde periode en er moet sprake zijn van een glijdende schaal (hoe langer in dienst, hoe minder kosten).

De richtlijn per 1 augustus 2022

In de richtlijn staat dat wanneer de werkgever verplicht is (op grond van de wet of een CAO) de werknemer een opleiding te verstrekken ten behoeve van de functie, de opleiding:

  • Kosteloos wordt aangeboden aan de werknemer;
  • Als arbeidstijd wordt beschouwd;
  • Indien mogelijk, plaatsvindt tijdens de werkuren.

Dit betekent in beginsel dat voor verplichte opleidingen geldt dat het studiekostenbeding vanaf 1 augustus 2022 hoogstwaarschijnlijk niet meer geldig kan worden overeengekomen. Een studiekostenbeding zou immers betekenen dat de opleidingen voor de werknemer niet meer kosteloos zijn. Voor niet-verplichte opleidingen blijft het mogelijk om een studiekostenbeding overeen te komen.

De regering heeft in 2018 echter het standpunt ingenomen dat ook bij de scholingsplicht uit de richtlijn, een studiekostenbeding met terugbetalingsverplichting mogelijk moet blijven. Of zij dit standpunt zal handhaven zal volgen uit het wetsvoorstel waarmee de richtlijn wordt geïmplementeerd. Er zal dan ook duidelijk worden of de term ‘verplicht’ uit de richtlijn dezelfde betekenis heeft als de term ‘noodzakelijk’ in de huidige scholingsplicht.

Implementatie van de richtlijn

Het is nog niet bekend hoe de implementatiewetgeving van de richtlijn eruit gaat zien. Het is daarnaast ook niet zeker of en in welke vorm een overgangsregeling wordt ingevoerd. Wij houden u uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen.

 

Heeft u vragen over de scholingsplicht of het studiekostenbeding? Neem dan contact op met één van onze advocaten.



Wilt u meer weten?

Alle advocaten van ons kantoor zijn gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Wij hebben ruime ervaring met het geven van arbeidsrechtelijk advies en het oplossen van arbeidsrechtelijke conflicten.