nieuws

Werknemer doet afstand van recht op WW. Werkgever vordert nakoming van deze afspraak. Onjuiste advisering FNV?

04 april 2018

De werknemer heeft in een vaststellingsovereenkomst afstand gedaan van zijn recht op WW, maar vraagt toch een WW-uitkering aan. De werkgever is eigen risicodrager en vordert nakoming van de gemaakte afspraak. In vrijwaring roept de werknemer zijn belangenbehartiger van de FNV op, omdat hij onvoldoende geïnformeerd zou zijn over de gevolgen van de afspraak.

Feiten

De werknemer was met ingang van 1 augustus 2000 in dienst getreden van het Albeda College in de functie van docent. Het Albeda College gaf op 14 november 2014 te kennen de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen wegens een dringende reden.

Het Albeda College deed de werknemer het volgende voorstel voor een beëindiging met wederzijds goedvinden:

  • beëindiging van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2015;
  • het Albeda College zal een extra pensioenstorting doen van EUR 10.270,- ten behoeve van de werknemer;
  • het Albeda College zal gedurende drie jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst (tot aan dienst AOW-gerechtigde leeftijd) aan werknemer een jaarlijkse pensioenaanvulling betalen van EUR 4.000,-;
  • werknemer doet afstand van zijn aanspraak op een WW-uitkering en bovenwettelijke WW-uitkeringen.

 De werknemer heeft het voorstel niet geaccepteerd, waarna het Albeda Collega een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft ingediend op grond van een dringende reden (conform het oude ontslagrecht). Ter zitting hebben partijen de zaak alsnog in der minne geregeld. Daarbij gold bovenstaand voorstel van het Albeda College als uitgangspunt, met dien verstande dat de einddatum werd verschoven naar 31 juli 2015 en de extra pensioenstorting werd verhoogd naar EUR 30.000,-.

 De werknemer heeft vervolgens toch een WW-uitkering aangevraagd en toegekend gekregen van het UWV. Het bezwaar van het Albeda College tegen de toekenning werd door het UWV afgewezen. Het Albeda College was eigen risicodrager, waardoor de kosten van de uitkeringen voor haar rekening kwamen.

Standpunten partijen

Het Albeda College heeft (onder meer) gevorderd dat de werknemer het UWV zou berichten dat de WW-uitkering per de eerst mogelijke datum diende te worden beëindigd, zulks onder verbeurte van dwangsommen, alsmede een vergoeding van de door haar geleden en nog te lijden schade, onder meer bestaande uit de op enig moment door werknemer ontvangen uitkeringen welke ten laste van het Albeda Collega zouden komen.

De werknemer riep zijn belangenbehartiger van de FNV in vrijwaring op. De werknemer stelde dat de FNV een beroepsfout had gemaakt. Indien de werknemer afstand had gedaan van zijn aanspraak op WW en bovenwettelijke WW-uitkeringen, had de FNV deze afspraak buiten zijn medeweten gemaakt, althans hem onvoldoende geïnformeerd over de gevolgen hiervan.

Oordeel kantonrechter

Hoofdzaak

De kantonrechter overweegt dat uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van het ontbindingsverzoek duidelijk blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over een minnelijke regeling, waarbij de werknemer zich ertoe heeft verbonden geen aanspraak te maken op een WW-uitkering en bovenwettelijke WW-uitkeringen. Ten tijde van de aanvraag van de WW-uitkering was de werknemer ervan op de hoogte dat het Albeda College hem aan deze afspraak zou houden. De werknemer is derhalve toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst.

De kantonrechter veroordeelt de werknemer om binnen vijf dagen na de uitspraak het UWV schriftelijk te berichten dat de aan hem toegekende WW-uitkering per de eerst mogelijk datum dient te worden beëindigd, zulks onder verbeurte van een dwangsom van EUR 200,- voor elke dag dat de werknemer hiermee in gebreke blijft (met een maximum van EUR 8.000,-). Voorts wordt de werknemer veroordeeld de schade van het Albeda College te vergoeden, bestaande uit de bedragen die de werknemer van het UWV heeft ontvangen, welke ten laste komen van het Albeda College, te vermeerderen met de wettelijke rente en een bedrag van EUR 462,50 aan buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter verwijst de zaak naar een schadestaatprocedure om de hoogte van de schade nader vast te stellen, aangezien onduidelijk welke bedragen de werknemer heeft ontvangen en nog zal ontvangen.

Vrijwaringzaak

In de vrijwaringszaak overweegt de kantonrechter dat uit het proces-verbaal van de ontbindingszitting blijkt dat de werknemer ervan op de hoogte was dat hij met de getroffen regeling afstand deed van zijn aanspraken op WW en bovenwettelijke WW-uitkeringen.

De kantonrechter beoordeelt vervolgens of de werknemer door de regeling en het advies van de FNV om daarmee in te stemmen, is benadeeld. De FNV had aangevoerd dat de ontbindingsrechter ter zitting te kennen had gegeven dat de werknemer een ‘ernstig en verwijtbaar vergrijp’ had begaan. Deze stelling van de FNV had de werknemer niet betwist. De kantonrechter overweegt vervolgens dat het aannemelijk was dat de ontbindingsrechter op basis van het oude ontslagrecht de arbeidsovereenkomst had ontbonden op grond van een dringende reden. In dat geval had de werknemer ook geen aanspraak gehad op een WW-uitkering en evenmin enige ontslagvergoeding ontvangen. Voorts overweegt de kantonrechter dat de inspanningen van de FNV ertoe hebben geleid dat de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd vier maanden later was dan het oorspronkelijk voorstel van het Albeda College, alsmede dat de extra pensioenstorting met bijna EUR 20.000,- was verhoogd. Op basis hiervan is de kantonrechter van oordeel dat de FNV zich voldoende voor de werknemer heeft ingespannen en van verkeerde of onvolledige advisering geen sprake is geweest.

De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer af.

Rechtbank Rotterdam 22 december 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:10834

(datum publicatie: 21 maart 2018)

Opmerkingen achteraf

Onderwijs- en overheidsinstellingen zijn eigen risicodrager voor de werknemersverzekeringen, en ook andere organisaties kunnen hiervoor kiezen. In dergelijke gevallen wordt bij de beëindiging van het dienstverband geregeld afgesproken dat de werknemer of ambtenaar afstand doet van zijn aanspraak op WW en/of bovenwettelijke uitkeringen, vaak tegen betaling van een eenmalige afkoopsom door de werkgever. De beoordeling of de werknemer een WW-uitkering toegekend krijgt is echter aan het UWV. De uitvoering van de bovenwettelijke uitkeringen is vaak uitbesteed aan private partijen. Voor de werkgever is dan ook van belang in de vaststellingsovereenkomst duidelijke afspraken te maken, wat de gevolgen zijn indien de werknemer toch een uitkering aanvraagt en toegekend krijgt.

Dit nieuwsbericht is geschreven door mr. Karol Hillebrandt, advocaat bij Palthe Oberman Advocaten. Dit nieuwsbericht is gepubliceerd in de nieuwsbrieven van Sdu OpMaat Arbeidsrecht en Rechtsorde.

 




Wilt u meer weten?

Alle advocaten van ons kantoor zijn gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Wij hebben ruime ervaring met het geven van arbeidsrechtelijk advies en het oplossen van arbeidsrechtelijke conflicten.